Salkantay trekking & eerste kennismaking met Bolivia

Na vakantie op de Galapagos wat het tijd voor avontuur, een echt avontuur; de 5 daagse trekking met als eindbestemming de misterieuze inca ruines van Machu Picchu.
 
Na 10 minuten wandelen tijdens de eerste dag werd ons verteld dat deze alternatieve trekking nog zwaarder is dan het officiele incatrail, nou er stond ons duidelijk iets te wachten! We hebben 4 dagen van gemiddeld 20km gewandeld, door bergpassen met sneeuwtoppen. Drie nachten in tentjes geslapen waarvan de hoogste nacht op 3800m waar het min 5 was! De tweede dag was het zwaarste, 800 meter omhoog naar 4600 meter. Waar we de Salkantay, de berg waar ook de trek naar is vernoemd, van heel dichtbij konden zien. De laatste 200m omhoog waren heel zwaar, pijn in de longen en naar adem happen, net een stel slakken die de berg op kwamen, maar vol trots als een van de eerste de top behaald! Na 4 uur wandelen kwamen we dus bij het hoogte punt en moesten we nog 2 uur naar beneden en dan was er eindelijk de lunch. Vervolgens nog 3 uur lopen naar beneden waardoor we 1600m zijn gedaald! En dat allemaal in één dag! De derde dag moesten we 7 uur wandelen, heuveltje op, heuveltje af door groene met vele flora begroeide bergpassen. Die middag hadden we lunch in het plaatsje La playa waar weer electriciteit en een soort van bewoonde wereld was, zelfs na twee dagen was dat wennen. 
 
Dag vier moesten we al onze spullen zelf dragen, dat waren ze even vergeten te melden bij de agency. De andere dagen waren er 2 paardenmannen die al onze spullen droegen en 4 koks die voor ons uit rende over de berg om op tijd de lunch en het eten klaar te hebben, ongelooflijk! De vierde dag konden we kiezen, 9 uur over een berg met gem. 10kg bagage op de rug of een stukje met de auto en vervolgens met de `hydro-electro´en tot slot 4 uur wandelen (met onze spullen dus!), iedereen koos voor de 2de optie. Bij hydro-electro dachten wij aan iets als een stoeltjeslift, misschien iets minder chique dan in zwitserland.. We moetsen van de ene berg naar de andere berg, over een hele diepe klif met kolkend water in de vallei. Hydro-electro is in Peru het volgende: een klein vierkant open bakje van hout met een opstaande rand van zo´n 40 cm waar je met drie man in wordt gepropt en vervolgens alle tassen in, onder, naast en tussen je krijgt geduwd. Vervolgens wordt er een duwtje gegeven en gaat het bakje aan een ijzeren kabel naar de overkant. Halverwege blijft dat bakje natuurlijk hangen en staat er een man aan de andere kant van de berg om je verder te trekken. Er zijn foto´s en video´s die dit hele spectacel vastleggen... Heel leuk met hoogtevrees..... Eenmaal aan de andere kant dus nog 4 uur wandelen.
 
Die avond kwamen we aan bij Aguas Calients, het stadje waarvandaan Machu Pichu wordt bezocht. Na een bezoek aan de hotsprings en een warme maaltijd snel een warm bed in. Om 03.30 moeten we namelijk alweer op. De een na laatste wandeltocht, de oude incaweg vanuit Aguas Calientes naar Machu Picchu. Dit was nog eens anderhalf uur traplopen om aan te komen bij de poorten van de heilige Machu Picchu. Na een tour van 3 uur hadden we de tijd om zelf rond te lopen. We hadden nog niet genoeg gelopen en gingen ook nog even een uur de berg Waynapichu op (trapsgewijs) om een mooi uitzicht te krijgen. Diezelfde avond terug met trein en twee bussen omdat een gedeelte van de treinrails nogsteeds niet gemaakt is na de modderstromen. Om 1.30 snachts uitgeput teruggekomen van deze zware maar zeer indrukwekkende tocht. We hadden een erg leuke groep en zijn de volgende dag, na uitslapen en uitrusten, met de hele ploeg inclusief gids (Ceasar, de beste gids die we tot nu toe gehad hebben) op stap geweest. Het was een hilarische avond waarbij we tot in de late uurtjes gedanst hebben.
 
Om 08.00 de volgende ochtend stapte we de bus weer in op weg naar het Titicaca meer, dit hoogstgelegen meer ter wereld is 60 km lang en 120 km breed, 60% is van Peru en 40% van Bolivia. Aan de Peruaanse zijde hebben we een bezoek gebracht aan Uros, de zogenoemde ´floating islands´. De mensen wonen op eilanden die gemaakt zijn van riet. Eens per maand moet de rietlaag worden aangevuld omdat deze vanaf de onderkant wegrot. Er wonen gemiddeld 7 gezinnen op het eiland. Als het water in het regenseizoen stijgt halen ze de ankers los en varen ze het eiland naar een minder diep stuk. Als ze ruzie hebben met de buren zagen ze het eiland gewoon door midden, makkelijk hé?! De mensen van Uros kunnen alleen nog op de eilanden leven vanwege het toerisme, daar leven ze van. Aan de ene kant dus vreselijk toeristisch als je wordt uitgezwaaid en toegezongen in 4 verschillende talen maar aan de andere kant is dit de enige manier dat de bewoners hun traditie voort kunnen zetten. Aan de Boliviaanse zijde hebben we Isla del Sol en Ilsa de la Luna (het eiland van de zon en het eiland van de maan) bezocht. Men geloofd dat daar de zon en de maan zijn geboren. We hebben een wandeling van 3 uur over het eiland gedaan waar we weer hebben kunnen genieten van prachtige uitzichten. (alsof we nog niet genoeg hadden gewandeld, de spierpijn zat ons nog in de benen)
 
De volgende bestemming was La Paz, de zeer drukke en karakteristieke hoofdstad van Bolivia. Na een bezoek aan de heksenmarkt waar lamafoetussen worden verkocht voor geluk (tja) en een bezoek aan de etensmarkt met heerlijke sapjes, fruitsalades en maaltijden, vroeg naar bed. De volgende dag stond ons namelijk wederom een groot avontuur te wachten. Per mountainbike 65km downhill over een gravelweg fietsen waarbij we van een hoogte van 4700m naar 1100m daalde, aangenaam kennis te maken met de ´death road´. De gevaarlijkste weg ter wereld vanwege stijle kliffen, weinig zicht en een zeer smale rijbaan.... Het was erg spannend maar toch iets minder gevaarlijk dan je zou denken. We zaten in dikke pakken met goede helmen gewikkeld op de beste mountainbikes, daarnaast is er 3 jaar geleden een nieuwe weg geopend waar bijna al het verkeer over naar beneden gaat. Tijdens het fietsen kom je dan ook nauwelijks andere weggebruikers tegen. Aan het einde van de tocht een uitgebreide lunch bij een hostel met zwembad.
 
Vanuit de bergen in Peru en Bolivia en het indrukwekkende Titicacameer was het tijd om een bezoek te brengen aan de jungle. Zowel Peru als Bolivia bestaan naast bergen voor een groot deel uit jungle van het zogenaamde ´Amazone Bazin´. De plaats om kennis te maken met deze jungle was Rurrenabaque, een 18 uur lange busrit (weer langs de ´deathroad´!!!, liever per fiets dan met de bus om eerlijk te zijn..) vanuit La Paz. We hebben een hele gave tocht door de Pampas en Jungle gemaakt. De eerste dag vertrokken we per jeep voor een 3 uur durende rit door een hobbelige en bobbelige modderweg met op de achtergrond ´best of the 80s´ op repeat. Na een heerlijke lunch te paard (!) op weg naar het kamp. Ja jullie lezen het goed, ze hebben ons op een paard gekregen, en om eerlijk te zijn viel het hartstikke mee. Aan het einde van een grasvlakte, aan de rand van een modderig riviertje was de plek waar de paarden ons, en de ossenkar onze spullen, afzette. Een plastic zeil als dak én een plastic zeil als grond doek, een matrasje en een muskietennet, het kamp was klaar voor intrek. Na hout gesprokkeld te hebben voor het kampvuur was het tijd voor het avondeten dat we rondom het kampvuur op de grond hebben opgegeten. Na het eten wilde onze gids graag een ritueel uitvoeren. Onze gids Mogli was een echte indiaan uit de jungle en heeft ons op een heel speciale manier ingezegend voor een goede tour en geluk.
 
De tweede dag hebben we de hele dag doorgebracht op een houten bootje op de rivier, op zoek naar dieren. We hebben apen, roze rivierdolfijnen, grote wilde knaagdieren, veel aligators en zelfs een baby anaconda slang gezien. We hebben ook nog een luiaard gezien en op piraña´s gevist. We zijn er nu echt van overtuigd dat Junglebook gebaseerd is op de zuid-amerikaanse jungle, zeker met Mogli aan onze zijde...´S middags hebben we zelf sieraden gemaakt van kralen, noten en zelfs aligatortanden! Bij zonsondergang ging het kampvuur weer aan en werden de zelfgevangen piraña´s geserveerd. Na de maaltijd weer de boot in om met de zaklamp de oranje oplichtende ogen van de aligators te zoeken, vervolgens onder ons muskietennet gekropen en uitgeput in slaap gevallen van een dag vol indrukken. Dag drie was het alweer tijd om afscheid te nemen van het kamp en twee uur terug te lopen naar het dorpje. Onderweg heerlijke sinaasappels en grapefruits gegeten en gezien hoe het sap van suikerriet werd gemaakt en deze vervolgens ook geproeft. Na de lunch weer 3 uur de jeep in waar nu maar liefst 1 nummer op repeat stond, heel fijn.. De volgende dag lekker uitgerust in het zwembad van Rurrenabaque met Bas en Vera, een nederlands setje dat we tijdens de Santa Cruz trekking in Huaraz hebben ontmoet. Na deze gezellige dag met veel en lekker eten weer terug naar La Paz, ditmaal per vliegtuig. De vlucht duurde maar liefst 45min en het toestel had een capaciteit van 18 pers. Jammer genoeg hadden we 4 uur vertraging, dit kwam door de laaghangende wolken waardoor het vliegtuig niet kon landen. Er kan ook alleen overdag worden gevlogen want het vliegveld van Rurre heeft geen licht..haha, wat een land! We hebben nu op de kop af nog twee weken om door Bolivia te trekken en te eindigen in Buenos Aires, het vertrouwde beginpunt van ons avontuur. Hier zullen we nog 2 dagen verblijven om zondag 13 juni naar Kaapstad te vliegen waar ons een oranje feestgedruis staat te wachten...
 
De computers in Bolivia zijn erg langzaam en doen erg ons best om zelfs de foto´s van de galapagos nog up te loaden. Heb geduld de foto´s komen er vroeg of laat op te staan!
 
Veel liefs,
Taart & Es  

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer